Dit artikel is gebaseerd op de Nederlandse versie van Excel. De Engelse functienamen staan er steeds bij.
1. SOM (EN: SUM)
Telt getallen op.
=SOM(A1:A10)
2. GEMIDDELDE (EN: AVERAGE)
Berekent het gemiddelde van een reeks getallen.
=GEMIDDELDE(B1:B10)
3. AANTAL (EN: COUNT)
Telt hoeveel cellen in een bereik een getal bevatten. Gebruik AANTALARG (COUNTA) als je ook tekst wil meetellen.
=AANTAL(A1:A20)
4. MAX en MIN
Geeft de hoogste of laagste waarde in een bereik.
=MAX(C1:C50)
=MIN(C1:C50)
5. ALS (EN: IF)
Geeft een waarde terug op basis van een voorwaarde.
=ALS(A1>100;"Doel gehaald";"Nog niet")
6. SOMMEN.ALS (EN: SUMIFS)
Telt alleen op als aan een voorwaarde wordt voldaan.
=SOMMEN.ALS(B1:B20;A1:A20;"Amsterdam")
7. AANTAL.ALS (EN: COUNTIF)
Telt het aantal cellen dat aan een voorwaarde voldoet.
=AANTAL.ALS(D1:D50;"Ja")
8. VERT.ZOEKEN (EN: VLOOKUP)
Zoekt een waarde op in een tabel. Lees ons uitgebreide artikel over VERT.ZOEKEN in Excel voor alle details.
=VERT.ZOEKEN(A2;E:F;2;ONWAAR)
9. Tekst samenvoegen met &
Plakt twee celinhouden aan elkaar.
=A1&" "&B1
Combineert voornaam en achternaam met een spatie ertussen.
10. AFRONDEN (EN: ROUND)
Rondt af op een aantal decimalen. Lees ons artikel over afronden in Excel voor alle varianten.
=AFRONDEN(A1;2)
Tips voor het schrijven van formules
- Begin altijd met een =-teken
- Gebruik puntkommas als scheidingsteken (Nederlandse Excel)
- Druk op F2 om een cel te bewerken en de formule-ingangen te zien
- Druk op Ctrl+Z als er iets misgaat
Alles in een dag leren?
In onze Excel Basis cursus behandelen we alle bovenstaande formules aan de hand van praktijkvoorbeelden. Je werkt met je eigen laptop en oefent met realistische datasets. Kleine groep, certificaat inbegrepen, op 17 locaties of live online.
